Verhalen


Het verhaal van Freddie Mponela
27/10/2011

Dit is het bijzondere verhaal van Freddie Mponela. Hij vecht al jaren tegen schizofrenie. Na vele vreselijk behandelingen is hij bij de HospitaalBroeders in Mzuzu, Malawi terecht gekomen. Hij leidt nu een menswaardig leven en hij kan goed voor zijn negen broers en zussen zorgen. Lees hier zijn ongelofelijke verhaal.

Freddie Mponela

“Ik kreeg mijn eerste psychose in 1993 op straat tijdens de campagne van Dr. Banda (onze eerste president). Door de politie werd ik afgezet bij het Zomba Mental Hospital in Zomba.

Toen ik wakker werd, nog zwaar onder invloed van de vele medicijnen, dacht ik dat ik was gearresteerd en in de gevangenis was beland. Later realiseerde ik mij dat het geen gevangenis was, maar een ziekenhuis. Ik ben hier een maand gebleven. Dat was een moeilijke maand waarin in veel pijn had en erg bang was, aangezien het verblijf in het ziekenhuis veel leek op een verblijf in de gevangenis. Uit niets bleek dat het ziekenhuispersoneel iets gaf om haar patiënten. Wij kregen maar af en toe medische aandacht en medicijnen. Ook werden de mensenrechten niet erg hoog in het vaandel gedragen. Toen ik weer op straat stond was ik opgelucht dat ik weg kon.

Een paar maanden later kreeg ik een terugval. Ik werd naar het Bwaila ziekenhuis in de hoofdstad Lilongwe gestuurd. Dit ziekenhuis was heel erg klein en mannen en vrouwen werden niet gescheiden. We kregen maar af en toe een maaltijd en het eten was ook nog van erg slechte kwaliteit. Er waren geen veiligheidsmaatregelen getroffen voor patiënten en iedereen kon zonder toezicht naar binnen en buiten lopen.

Mijn verbazing was dan ook zeer groot toen ik erachter kwam dat er wel een ziekenhuis bestond dat goed voor haar patiënten met geestesziektes zorgde. In 1995 kwam ik in het St. John of God House of Hospitality terecht. Hier kreeg ik zorg die ik nodig had die ook nog eens bijna gratis was. De staf nam de tijd om uit te leggen wat er precies met mij aan de hand was en hoe ik met mijn schizofrenie kon leven. Ik kreeg psychologische ondersteuning en therapie. Dit zorgde ervoor dat, toen mijn ouders in 1998 overleden aan de gevolgen van Aids, ik de hulp kreeg die ik nodig had om mij hier door heen te slaan. Ik stond daarna aan het hoofd van mijn familie en ik moest mijn negen broers en zussen onderhouden.

De weg naar genezing was moeilijk en angstig. Ik was nu verantwoordelijk voor mijn familie terwijl ik ook nog eens werkeloos was. Desondanks voelde ik mij gesterkt door de hulp die ik kreeg van de HospitaalBroeders. Ik werd opgenomen in het microkrediet voedselprogramma Umsuma waardoor ik in staat was om voor voedsel te zorgen en ik het financieel veel beter kreeg.

Nu, dertien jaar later, ben ik trots dat al mijn broers en zussen naar school zijn gegaan en dat twee zijn afgestudeerd aan de universiteit. Een van mijn zussen is zelfs verpleegster geworden!

Ondanks alle moeilijkheden ben ik blij dat de HospitaalBroeders mij in 1995 hebben opgevangen en dat zij er een hele nieuwe vorm van behandeling op nahielden. Een soort behandeling voor mensen met geestesziektes die nieuw en ongeëvenaard was in Malawi. De ziekenhuizen in Zomba en Lilongwe zijn tegenwoordig sterk verbeterd en treden nu in de voetsporen van de HospitaalBroeders.

Als laatste wil ik alle donateurs van de HospitaalBroeders laten weten dat hun donaties echt een verschil maken voor de meest kwetsbaren in Malawi, niet alleen voor mijzelf, maar voor alle patiënten die de afgelopen jaren door de HospitaalBroeders zijn behandeld.

Heel erg bedankt.”

Freddie Mponela
Mzuzu, Malawi

House of Hospitality

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

World Mental Health Day
10/10/2011

Vandaag, op 10-10, is het World Mental Health Day. Hierbij wordt stilgestaan bij de geestelijke gezondheid overal ter wereld. Leven met eenverstandelijk beperking is niet eenvoudig. Zeker niet in Afrika. De HospitaalBroeders specialiseren zich in geestelijke gezondheidszorg. Wij zorgen ervoor dat kinderen en volwassenen met een beperking passende zorg krijgen.

Devlin Silungwe

Lees hier het inspirerende verhaal van Devlin Silungwe, de psycholoog en coördinator van het Child Development Center in Mzuzu, Malawi. Hier worden kinderen met een verstandelijke beperking geholpen en verzorgd.

“Het centrum heeft de laatste jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. In 1995 begon Aidan Clohessy met een klein centrum. Inmiddels is het centrum – onderdeel van het St. John of God Centre in Mzuzu, Malawi – uitgegroeid tot het beste ziekenhuis dat geestelijke verzorging biedt in het land.”

Vorig jaar gaf Devlin Suzan van Otterdijk, medewerker van HospitaalBroeders er een rondleiding. Allereerst werd een kijkje genomen in de Elvira-school, een school voor speciaal onderwijs. “Het onderwijs is er zoveel mogelijk op gericht om de kinderen zo normaal mogelijk te kunnen laten participeren in de maatschappij”, vertelt de psycholoog enthousiast.

De klas van juf Priscilla

In de klas van juffrouw Priscilla zitten zes jongens en zes meisjes die een lichte verstandelijke beperking hebben. Suzan wordt uitbundig toegejuicht als ze binnenkomt. “We proberen de kinderen met een wat zwaardere handicap zoveel mogelijk over de verschillende klassen te verdelen. Het is onnodig om ze teveel te isoleren. Op deze manier ontstaat er veel meer interactie en dat is voor alle kinderen goed.

“You can’t get tired”

Dilirani heeft het Syndroom van Down

Uiteraard proberen we hier de klassen zo klein mogelijk te houden zodat alle kinderen de nodige individuele aandacht krijgen maar vanwege de budgettaire restricties is dat niet mogelijk. We willen aan de andere kant ook zo veel mogelijk kinderen helpen, dus dat is altijd een wankel evenwicht” legt Devlin uit. Een klein jongetje in gescheurde kleren, dat het syndroom van Down heeft, komt meteen op Suzan aflopen met een stoeltje waar de gast op kan gaan zitten. “Wij zijn de enigen die kinderen met een handicap op kunnen vangen”, gaat Devlin verder. “De ouders doen niets en de gemeenschappen waar ze in wonen ook niet. Alles komt eigenlijk op onze schouders terecht. So you can’t get tired. De kinderen hebben vaak niemand anders.”

Radioprogramma

“De Elvira-school in Mzuzu is de enige plek in het noorden van Malawi waar deze kinderen heen kunnen. De spoeling is sowieso erg dun met maar drie ziekenhuizen in heel Malawi die geestelijke gezondheidszorg aanbieden.” Devlin vertelt hoe ouders in contact komen met de school in een land met zo weinig faciliteiten. “In Malawi is de radio de belangrijkste informatiebron voor veel mensen. We hebben een radioprogramma waarin we vertellen welke   diensten we allemaal aanbieden in het centrum hier in Mzuzu.”

Traditionele behandelingen

De ouders spelen een belangrijke rol bij de behandeling. “We proberen ze er zoveel mogelijk bij te betrekken. Twee keer per week wordt er een ‘positive parenting’ bijeenkomst gehouden. Ouders krijgen advies hoe ze zelf hun kindje kunnen begeleiden maar er wordt ook hulp aangeboden. Dat is nodig, omdat het voor sommige ouders nog steeds een schande is dat ze een kindje hebben met een beperking.

Die traditionele ideeën zijn moeilijk uit te bannen, maar we doen hard ons best dit te veranderen. Zo beschikken we over een team van getrainde vrijwilligers, dat moeders die net bevallen zijn van een kind met een handicap uitlegt dat hun kindje speciale aandacht nodig heeft.”

Beroepsopleidingen

Voor veel kinderen is de Elvira-school niet het eindstation. Een aantal gaat daarna naar het Venegas Centre voor verdere begeleiding. Hier zijn dus vooral wat oudere kinderen te vinden. Sommige kinderen gaan naar het Institute of Vocational Training. Tijdens deze driejarige opleiding leren ze een beroep. Devlin, vol trots: “Veel van de kinderen die de opleiding volgden hebben inmiddels een baan bij een baas of werken soms voor zichzelf. Iets wat zonder dit centrum niet mogelijk was geweest”.

Het Child Development Center

Kinderen met een handicap krijgen verzorging

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Kinderen van de straat
27/07/2011

Er waren vroeger veel straatkinderen in Mzuzu, Malawi. Dankzij het zeer goedlopende project van de HospitaalBroeders zijn veel van deze kinderen herenigd met hun ouders of zijn ze opgevangen en gaan ze nu naar school. Helaas kwamen onze medewerkers onlangs weer in aanraking met een drietal straatkinderen.

Mufuti Phiri is elf jaar oud. Toen de HospitaalBroeders hem voor het eerst zagen verkeerde hij in een slechte staat; hij was erg mager en had

Dit is Mzuzu. Hier hangen de jongeren rond.

schurft. Thuis zijn ze met z’n zevenen. Soms slaapt Mufuti thuis, maar meestal slaapt hij op het busstation. Hij heeft de eerste drie jaar van de basisschool doorlopen maar gaat nu bijna nooit meer naar school. Hij vindt school leuk maar hij wil niet gaan omdat zijn kleren, oud, vies en gescheurd zijn. Op straat verkoopt hij papieren zakken en bedelt soms. Op één dag kan hij wel 100 kwacha verdienen (2 x zoveel als een gemiddelde arbeider in Malawi, nog geen € 0.50).

Choboli Kachingure is tien. Zijn vader is overleden en zijn moeder is geestelijk verward en niet in staat om voor haar kinderen te zorgen. Choboli woont bij zijn oudere broer, maar die geeft niks om hem. Hij bedelt op straat en gaat helemaal niet naar school. Hij zou wel naar school willen als hij een schooluniform en boeken had. Later wil hij lasser worden.

Pachalo Chimaliro is 12. Hij is de leider van een groep straatkinderen en is dol op deze rol en wil hierdoor niet meer naar school. Zijn vader is overleden en zijn moeder heeft 8 kinderen om voor te zorgen. Zijn oudere broer Makayiko gaat af en toe de straat op om Pachalo over te halen om naar huis te komen. Hij probeert zijn broertje het goede voorbeeld te geven want hij heeft zelf drie jaar beroepsonderwijs gevolgd bij de HospitaalBroeders. Maar Pachalo wil niet naar huis. Hij voelt zich veilig op het busstation. Met zijn brede lach en charme weet hij veel straatkinderen voor zich te winnen. Toch wil hij niet zijn hele leven op straat blijven, want ooit wil hij piloot worden.

De HospitaalBroeders doen hun uiterste best om te zorgen dat deze kinderen goed terecht komen en naar school gaan. Zij zijn de enige hoop van deze drie jongens.

Hier krijgen de straatkinderen les totdat ze naar een reguliere school kunnen.

Deze jongens zijn van straat. Hopelijk geldt dat ook snel voor Pachalo, Choboli en Mufuti.

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Interview met Donatus Forkan, Prior General van HospitaalBroeders
27/06/2011

‘We kunnen zoveel leren van onze Afrikaanse Broeders en Zusters’

Donatus Forkan, Prior General van HospitaalBroeders

In deze moderne tijd floreert de eeuwenoude organisatie van HospitaalBroeders. Hoe kan dat? Prior General Donatus Forkan weet als geen ander het antwoord op die vraag. We spraken hem aan de oever van het Lake Malawi over 500 jaar zorg voor patiënten: van pionieren in de beginjaren tot de standaard zetten in gezondheidszorg.

In de 17e eeuw vestigden de eerste Portugese Broeders zich in Mozambique. Daarna volgden vele Europese Broeders, over heel Afrika. Wat is de rol van de HospitaalBroeders in Afrika in de 21e eeuw?
“Elke religieuze congregatie of organisatie heeft een ‘special gift’. Dat is een levenswijze of een manier van leven die voor hen centraal staat. De Maristen geven vooral onderwijs. Voor de Benedictijnen draait het om reflectie en arbeid. Onze eigen ‘special gift’ is die van hospitality. Die kwaliteit van zorg en dienstverlening hebben we naar Afrika gebracht. In ons geval betekent het: aandacht geven aan de allerarmsten in de maatschappij. We geven iedereen toegankelijke gezondheidszorg; ongeacht ras, geloof of sekse. Onze diensten en ziekenhuizen moeten daarom een lage drempel hebben.”

Wat leerden de generaties van Broeders tijdens hun werk?
“De eerste eeuwen waren vooral een proces van interculturatie, van geven en nemen. We konden – en kunnen nog steeds – zoveel leren van onze Afrikaanse Broeders en Zusters. We kozen daarbij steeds voor openheid: wat kunnen we veranderen en verbeteren? Deze openheid heeft in de loop van de tijd veel dingen veranderd. Vijftig jaar geleden waren er louter blanke broeders in Afrika. Het proces van interculturatie heeft ervoor gezorgd dat, op een enkele uitzondering na, onze zwarte Broeders al onze klinieken en ziekenhuizen nu zelf runnen. Onder zeer moeilijke omstandigheden houden zij de klinieken draaiende.”

De ontkerkelijking gaat heel snel in het Westen. Toch breiden de HospitaalBroeders nog steeds hun diensten uit in Afrika. Hoe zorgen we ervoor dat we met minder Broeders hoogwaardige kwaliteitszorg blijven garanderen?

David Heyer interviewt Broeder Donatus

“Minder Broeders is geen enkel probleem! De instroom van gekwalificeerd lekenpersoneel zorgt juist voor groei. Jonge Afrikaanse mannen en vrouwen die van de universiteit komen of van onze eigen verplegeropleiding, willen graag bij ons komen werken. Die nieuwe aanwas houdt onze service dynamisch, fris en van hoge kwaliteit. Het blijkt dat het bijzondere leven van Johannes de Deo, na bijna 500 jaar, nog steeds voor velen een inspiratiebron is.”

Traditioneel werken vele kerkelijke congregaties in de gezondheidssector. Waarin onderscheiden de HospitaalBroeders zich?
“Dat kan ik uit eigen ervaring toelichten. Ik heb 21 jaar als Broeder gewerkt in Korea, vanaf 1968. In die periode was er een enorme armoede en ellende in Korea. Wij begonnen ons eerste ziekenhuis met aandacht voor psychiatrische patiënten. Dat deden we op een plek waar niemand wilde zitten. Er waren destijds totaal geen faciliteiten; geen goede infrastructuur, geen elektriciteit – niets. Het was echt pionieren in die tijd. Onder zware omstandigheden hebben we hier onze eerste ‘mental health clinic’ opgezet. Die kliniek was gestoeld op onze bijzondere waarden, waarbij liefde en zorg voor de patiënt centraal stonden. Tot die tijd werden mensen met een verstandelijke handicap uit onmacht en onwetendheid opgesloten, of vastgeketend aan een muur bij hen thuis. Ons ‘care model’ heeft toen de standaard gezet voor een nieuw type behandeling en aanpak van de patiënt. Veertig jaar nadat ik voor het eerst voet op Koreaanse bodem had gezet, keerde ik er weer terug. De Koreaanse Minister van Gezondheidszorg vertelde mij toen dat ons zorgmodel een voorbeeld is geweest voor het land en dat het veel navolging heeft gevonden. Patiënten met een verstandelijke beperking worden tegenwoordig niet meer uitgesloten van de maatschappij, maar kunnen er deel van uitmaken dankzij goede zorg en begeleiding. Dat is de belangrijkste drijfveer voor iedereen die bij HospitaalBroeders werkt: hoogwaardige kwaliteit van zorg bieden aan mensen die anders buiten de boot zouden vallen. Ik denk dat die aanpak ons kenmerkt en ons bijzonder maakt.”

Als Prior General leidt de 69-jarige Ierse Broeder Donatus Forkan sinds 2006 de organisatie wereldwijd. Hij is gediplomeerd verpleger en zijn loopbaan leidde hem via een lange weg langs Ierland, Korea (21 jaar) en Papoea Guinea (3 jaar) naar Rome.

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Interview met Mohamed Lamin Bah, werkzaam in ons ziekenhuis Sierra Leone
19/05/2011

Mohamed Lamin Bah (43) is geboren en getogen in Lunsar, Sierra Leone. Hij is getrouwd en heeft een groot gezin. Hij studeerde laboratoriumtechniek, zowel in zijn eigen land als in Barcelona. Mohamed is al 22 jaar in dienst van het ziekenhuis.

Wat zijn jouw taken in het ziekenhuis?

Mohamed Lamin Bah

“Ik ben hoofd van de laboratoriumafdeling en secretaris van het management team. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor public relations.”

Wat vind je mooi aan je werk?
“Ik houd er van om patiënten te helpen. En dat lukt vaak: ons ziekenhuis staat bekend om z’n goede en snelle medische zorg.”

Welke ziekten komen het meest voor?
“We hebben vooral te maken met malaria, infectieziekten aan de luchtwegen, tuberculose en HIV.

Hoe belangrijk is het ziekenhuis voor de omgeving?
“Enorm belangrijk, en niet alleen voor de acute zorg. Onze klinieken spelen een grote rol in het verbeteren van de gezondheidsomstandigheden van Mabesseneh en Lunsar hier in Sierra Leone, maar bijvoorbeeld ook in die van Guinea Conakry, Liberia en Senegal.”

Voor welke uitdagingen staat het ziekenhuis?
“Tijdens het droogteseizoen is het lastig de watervoorziening op peil te houden. Hetzelfde geldt voor elektriciteit. Ik denk dat de oplossing hiervoor ligt in samenwerking met andere partijen.”

Wat kunnen donateurs betekenen?
“De hulp van Nederlandse donateurs is van grote waarde voor de voortzetting van de voedselprogramma’s. Daarnaast kunnen we met hun hulp de vaardigheden van de medische staf verbeteren.”

Heb je nog een boodschap voor de donateurs?
“Ik wil ze ontzettend bedanken voor hun steun. God zegene hen!”

Het ziekenhuis in Lunsar

De gezondheid van mensen in Lunsar is sterk verbeterd door het ziekenhuis

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

 

Next Page »