Verhalen


Interview met Donatus Forkan, Prior General van HospitaalBroeders
27/06/2011

‘We kunnen zoveel leren van onze Afrikaanse Broeders en Zusters’

Donatus Forkan, Prior General van HospitaalBroeders

Donatus Forkan, Prior General van HospitaalBroeders.

In deze moderne tijd floreert de eeuwenoude organisatie van HospitaalBroeders. Hoe kan dat? Prior General Donatus Forkan weet als geen ander het antwoord op die vraag. We spraken hem aan de oever van het Lake Malawi over 500 jaar zorg voor patiënten: van pionieren in de beginjaren tot de standaard zetten in gezondheidszorg.

In de 17e eeuw vestigden de eerste Portugese Broeders zich in Mozambique. Daarna volgden vele Europese Broeders, over heel Afrika. Wat is de rol van de HospitaalBroeders in Afrika in de 21e eeuw?
“Elke religieuze congregatie of organisatie heeft een ‘special gift’. Dat is een levenswijze of een manier van leven die voor hen centraal staat. De Maristen geven vooral onderwijs. Voor de Benedictijnen draait het om reflectie en arbeid. Onze eigen ‘special gift’ is die van hospitality. Die kwaliteit van zorg en dienstverlening hebben we naar Afrika gebracht. In ons geval betekent het: aandacht geven aan de allerarmsten in de maatschappij. We geven iedereen toegankelijke gezondheidszorg; ongeacht ras, geloof of sekse. Onze diensten en ziekenhuizen moeten daarom een lage drempel hebben.”

Wat leerden de generaties van Broeders tijdens hun werk?
“De eerste eeuwen waren vooral een proces van interculturatie, van geven en nemen. We konden – en kunnen nog steeds – zoveel leren van onze Afrikaanse Broeders en Zusters. We kozen daarbij steeds voor openheid: wat kunnen we veranderen en verbeteren? Deze openheid heeft in de loop van de tijd veel dingen veranderd. Vijftig jaar geleden waren er louter blanke broeders in Afrika. Het proces van interculturatie heeft ervoor gezorgd dat, op een enkele uitzondering na, onze zwarte Broeders al onze klinieken en ziekenhuizen nu zelf runnen. Onder zeer moeilijke omstandigheden houden zij de klinieken draaiende.”

De ontkerkelijking gaat heel snel in het Westen. Toch breiden de HospitaalBroeders nog steeds hun diensten uit in Afrika. Hoe zorgen we ervoor dat we met minder Broeders hoogwaardige kwaliteitszorg blijven garanderen?

David Heyer interviewt Broeder Donatus

David Heyer interviewt Broeder Donatus.

“Minder Broeders is geen enkel probleem! De instroom van gekwalificeerd lekenpersoneel zorgt juist voor groei. Jonge Afrikaanse mannen en vrouwen die van de universiteit komen of van onze eigen verplegeropleiding, willen graag bij ons komen werken. Die nieuwe aanwas houdt onze service dynamisch, fris en van hoge kwaliteit. Het blijkt dat het bijzondere leven van Johannes de Deo, na bijna 500 jaar, nog steeds voor velen een inspiratiebron is.”

Traditioneel werken vele kerkelijke congregaties in de gezondheidssector. Waarin onderscheiden de HospitaalBroeders zich?
“Dat kan ik uit eigen ervaring toelichten. Ik heb 21 jaar als Broeder gewerkt in Korea, vanaf 1968. In die periode was er een enorme armoede en ellende in Korea. Wij begonnen ons eerste ziekenhuis met aandacht voor psychiatrische patiënten. Dat deden we op een plek waar niemand wilde zitten. Er waren destijds totaal geen faciliteiten; geen goede infrastructuur, geen elektriciteit – niets. Het was echt pionieren in die tijd. Onder zware omstandigheden hebben we hier onze eerste ‘mental health clinic’ opgezet. Die kliniek was gestoeld op onze bijzondere waarden, waarbij liefde en zorg voor de patiënt centraal stonden. Tot die tijd werden mensen met een verstandelijke handicap uit onmacht en onwetendheid opgesloten, of vastgeketend aan een muur bij hen thuis. Ons ‘care model’ heeft toen de standaard gezet voor een nieuw type behandeling en aanpak van de patiënt. Veertig jaar nadat ik voor het eerst voet op Koreaanse bodem had gezet, keerde ik er weer terug. De Koreaanse Minister van Gezondheidszorg vertelde mij toen dat ons zorgmodel een voorbeeld is geweest voor het land en dat het veel navolging heeft gevonden. Patiënten met een verstandelijke beperking worden tegenwoordig niet meer uitgesloten van de maatschappij, maar kunnen er deel van uitmaken dankzij goede zorg en begeleiding. Dat is de belangrijkste drijfveer voor iedereen die bij HospitaalBroeders werkt: hoogwaardige kwaliteit van zorg bieden aan mensen die anders buiten de boot zouden vallen. Ik denk dat die aanpak ons kenmerkt en ons bijzonder maakt.”

Als Prior General leidt de 69-jarige Ierse Broeder Donatus Forkan sinds 2006 de organisatie wereldwijd. Hij is gediplomeerd verpleger en zijn loopbaan leidde hem via een lange weg langs Ierland, Korea (21 jaar) en Papoea Guinea (3 jaar) naar Rome.

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Interview met Mohamed Lamin Bah, werkzaam in ons ziekenhuis Sierra Leone
19/05/2011

Mohamed Lamin Bah (43) is geboren en getogen in Lunsar, Sierra Leone. Hij is getrouwd en heeft een groot gezin. Hij studeerde laboratoriumtechniek, zowel in zijn eigen land als in Barcelona. Mohamed is al 22 jaar in dienst van het ziekenhuis.

Wat zijn jouw taken in het ziekenhuis?

Mohamed Lamin Bah

Mohamed Lamin Bah.

“Ik ben hoofd van de laboratoriumafdeling en secretaris van het management team. Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor public relations.”

Wat vind je mooi aan je werk?
“Ik houd er van om patiënten te helpen. En dat lukt vaak: ons ziekenhuis staat bekend om z’n goede en snelle medische zorg.”

Welke ziekten komen het meest voor?
“We hebben vooral te maken met malaria, infectieziekten aan de luchtwegen, tuberculose en HIV.

Hoe belangrijk is het ziekenhuis voor de omgeving?
“Enorm belangrijk, en niet alleen voor de acute zorg. Onze klinieken spelen een grote rol in het verbeteren van de gezondheidsomstandigheden van Mabesseneh en Lunsar hier in Sierra Leone, maar bijvoorbeeld ook in die van Guinea Conakry, Liberia en Senegal.”

Voor welke uitdagingen staat het ziekenhuis?
“Tijdens het droogteseizoen is het lastig de watervoorziening op peil te houden. Hetzelfde geldt voor elektriciteit. Ik denk dat de oplossing hiervoor ligt in samenwerking met andere partijen.”

Wat kunnen donateurs betekenen?
“De hulp van Nederlandse donateurs is van grote waarde voor de voortzetting van de voedselprogramma’s. Daarnaast kunnen we met hun hulp de vaardigheden van de medische staf verbeteren.”

Heb je nog een boodschap voor de donateurs?
“Ik wil ze ontzettend bedanken voor hun steun. God zegene hen!”

Het ziekenhuis in Lunsar

Het ziekenhuis in Lunsar.

De gezondheid van mensen in Lunsar is sterk verbeterd door het ziekenhuis

De gezondheid van mensen in Lunsar is sterk verbeterd door het ziekenhuis.

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Bezoek Sierra Leone
23/03/2011

Voor mij als kersvers bestuurslid van de HospitaalBroeders, onder meer verkozen op grond van mijn ervaring met hulp aan lokale initiatieven in diverse Afrikaanse landen, voelde het bezoek van afgelopen januari aan Sierra Leone, toch ook weer een beetje als een eerste bezoek aan Afrika.

Sierra Leone. Nog niet eerder geweest. De naam alleen al. Beelden van zwarte mensen, die in de bergen achter leeuwen aanzitten of andersom, schoten nog even door mijn hoofd voordat we ’s avonds laat landden in Lungi bij Freetown, waar de zon toen al lang onder was. Letterlijk donker Afrika. Was benieuwd wat het daglicht de komende dagen nog zou onthullen.

Eerste indrukken van Sierra Leone

Eerste indrukken van Sierra Leone.

Tenslotte kwam ik hier in Sierra Leone kijken met de ogen van een willekeurige Nederlandse donateur, die een bijdrage heeft gegeven aan de HospitaalBroeders om hen in staat te stellen een helpende hand te bieden bij de ontwikkeling van initiatieven die de levensomstandigheden van de lokale bevolking moeten verbeteren. En die wil weten of die helpende hand, en dus zijn bijdrage, hout snijdt. Maar dat kijken wilde ik doen zonder vooroordelen, voorlopig alleen luisterend, onbevangen registrerend en zoveel mogelijk inlevend in de situatie ter plaatse. En met de bedoeling om mijn eerste indrukken dan te delen met de lezers van het donateursblad, Dagomba!

De week van mijn verblijf en dat van mijn medebezoekers speelde zich af in de omgeving van Lunsar, met de auto ongeveer drie uur rijden in noordoostelijke richting vanaf het vliegveld in Lungi. Onze  uitvalsbasis was eigenlijk Mabesseneh, een dorpje bij Lunsar, waar het  ziekenhuis van de HospitaalBroeders staat en waar de activiteiten van de Broeders in Sierra Leone zijn begonnen.

De HospitaalBroeders hebben oorspronkelijk de zorg voor ziektes van lichaam, maar speciaal ook van geest als oogmerk. Dit heeft geleid tot initiatieven op gebied van Mental Hospitals tot op hoog wetenschappelijk niveau in de westerse wereld, maar ook in de niet- westerse wereld, zoals in Afrika, waar de ontwikkeling van de behandeling van geestesziektes in vele landen bijvoorbeeld nog sterk is achtergebleven en voorlopig is begonnen met algemene ziekenhuizen met een enkele uitzondering, zoals in Malawi, waar een uitstekend Mental Hospital is ontstaan.

De Orde is in de laatste decennia uitgebreid met een aanzienlijk en nog steeds groeiend aantal, veelal goed op hun taken berekende, Afrikaanse broeders, waardoor gaandeweg de ziekenzorg van de HospitaalBroeders in de betreffende Afrikaanse landen een steeds meer lokaal karakter heeft gekregen, hetgeen de acceptatie als eigen voorziening door de plaatselijke samenleving  uiteindelijk ten goede komt.

Het ziekenhuis van de HospitaalBroeders

Het ziekenhuis van de HospitaalBroeders.

Het ziekenhuis in Mabesseneh is niet gespecialiseerd in de verzorging van geesteszieken, maar het heeft zich, voor zover ik kon vaststellen, ontwikkeld als een algemeen ziekenhuis van niveau en daarnaast als centrum van velerlei initiatieven, gericht op de ontwikkeling van de bevolking in de directe omgeving op gebied van meer algemene volksgezondheid (waterputten, sanitaire voorzieningen), onderwijs (verpleegsters-opleiding in Mabesseneh en in Makutheneh kwamen wij voor de opening van de eerste basisschool) en bedrijfshuishouding (Ehmonafah, het landbouwproject, o.a. met droogplatforms en degelijke schuren voor veilige opslag van zaden en oogstprodukt).
Al deze initiatieven worden voor de vereiste investeringen bijna volledig en voor de exploitatie meestal tijdelijk, gefinancierd met behulp van bijdragen uit particuliere of publieke bronnen via fondsenwerving in de westerse wereld, omdat het de Orde aan voldoende eigen middelen ontbreekt.

Er lijkt in Sierra Leone voldoende aanleiding en ruimte voor uitbreiding van de huidige activiteiten, waarbij het ziekenhuis in Mabesseneh en ook de kliniek in Lungi steeds beter lijken te kunnen draaien zonder belangrijke externe financiering, dankzij dekkingsbijdragen van patiënten. Voor investeringen in uitbreidingen, energiebesparende voorzieningen en betere apparatuur zal voorlopig nog wel externe hulp nodig zijn. Lokale partijen (particulieren, bedrijven of overheden), die hier middelen voor over hebben lijken er voorlopig niet te zijn. Het is niet duidelijk of de HospitaalBroeders zich uiteindelijk in Sierra Leone toch uiteindelijk willen richten op de verzorging van zieken van de geest, hun oorspronkelijke focus.

Het microkrediet voedselprogramma

Het microkrediet voedselprogramma.

Ook voor het landbouwproject zullen voor de hulpmiddelen (schuren, droogplatforms, tractors, gereedschap, water-  en sanitaire voorzieningen) voorlopig nog externe middelen nodig blijven. Pas zodra de verkoop naar derden op gang komt zullen de voordelen pas een beetje meetbaar worden. De vorming van samenwerkingsvormen, zoals bijvoorbeeld coöperaties, die als eigenaars kunnen optreden, zelf hun marketing organiseren en hun investeringen kunnen betalen, zal nog wel even op zich laten wachten. Maar dit begin is een stap in de goede richting, mogelijk ook voor de ontwikkeling van ondernemerschap, met name in de dienstverlening.

De scholen zijn onontbeerlijk voor de versterking van de kwaliteit van de samenleving. maar voor de HospitaalBroeders is er geen direct rendement anders dan het goede voorbeeld voor andere lokaal in aanmerking komende partijen om waar nodig een school te stichten. De overheden hebben voorlopig de middelen niet voor de benodigde investering, blijkbaar wel voor het betalen van de leerkrachten. De scholen zijn voor de leerlingen gratis.

Mensen nemen de toekomst zelf in handen

Mensen nemen de toekomst zelf in handen.

Bewondering heb ik gekregen voor de toewijding, de inzet en zorgvuldigheid en de positieve houding, die de Afrikaanse HospitaalBroeders, waarmee ik in aanraking kwam, uitstraalden. Steun aan hen lijkt goed besteed!

Maar wat mij vooral optimistisch stemt is de wijze waarop overheid en bevolking het verleden van die verschrikkelijke, nog zo recente, oorlog een plaats lijken te hebben gegeven en zich samen volledig, en naar het lijkt verstandig, instellen op de toekomst van hun land en daarbij alle sympathie en steun verdienen. Leeuwen of andere wilde dieren zijn er helaas nauwelijks meer te vinden, maar Sierra Leone lijkt aan dit verleden toch de leeuwenmoed te ontlenen om ondanks het gebrek aan middelen en beproefde structuren zijn toekomst in eigen hand te nemen.

Hendrik Jan de Vries

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Hoe een man zijn leven weer op de rails kreeg
07/03/2011

Mensen met een geestesziekte hebben het moeilijk in Malawi. Gelukkig kunnen ze bij de HospitaalBroeders terecht.

Vincent en Saliza trouwden en waren nog bezig met het afbetalen van de bruidsschat toen Saliza overleed aan een longontsteking. De familie van Saliza weigerde haar lichaam aan Vincent terug te geven voor de begrafenis. Zij eisten dat hij eerst de bruidsschat afbetaalde.

Een stressvolle situatie

In Malawi is het traditie om een bruidsschat te betalen aan de familie van de bruid. Vaak bestaat de bruidsschat uit een aantal koeien die voorafgaand aan de bruiloft worden gegeven. Het komt echter vaker voor dat de bruidegom zijn schoonfamilie pas betaald als hij en zijn bruid getrouwd en gesetteld zijn. Dan kunnen veel stellen pas het geld opbrengen. Het betalen van de bruidsschat kan veel stress op leveren voor alle betrokken. Zo ook voor Bani Msiska, de broer van Vincent, die uiteindelijk bij de HospitaalBroeders aanklopte voor psychische hulp.

Bina Msiska deed wat hij kon om zijn broer bij te staan. De hele familie was te arm om Vincent te helpen. De Msiska familie kon de laatste koe niet leveren en de familie van Saliza weigerde nog steeds haar lichaam aan haar man over te dragen. Deze patstelling duurde drie dagen. De Msiska familie was overspoeld door schaamte; iedereen wist dat ze niet genoeg geld hadden voor de laatste koe. Uiteindelijk brachten de buren van de Msiska familie het geld samen.

Acute opname

House of Hospitality

House of Hospitality.

De situatie werd de broer van Vincent- Bina Msiska-  teveel en hij kreeg  een zenuwinzinking. Zijn vader na hem mee naar het House of Hospitality van de HospitaalBroeders in Mzuzu waar mensen met een acute mentale ziekte worden opgenomen. Bina verbleef twee maanden in het centrum.

Ik kan mij niet herinneren dat ik ben opgenomen. Ik was heel erg ziek. Toen ik de zenuwinzinking kreeg dachten veel mensen dat ik HIV besmet was of dat ik drugsproblemen had. In onze cultuur worden mentale ziektes niet herkend, men denkt meteen aan drugsmisbruik,” vertelt Bina Msiska.

Een zonnige toekomst

Nadat hij was genezen bleef hij bij de HospitaalBroeders. Hij volgde een opleiding tot tuinman. Nu werkt hij voltijd aan het planten van appels, mandarijnen en andere gewassen. Hij is vijfendertig jaar oud, getrouwd en heeft vijf kinderen. Dankzij zijn baan als tuinman kan hij goed rondkomen; hij verdient € 50, – per maand. Bina heeft een stuk land gekocht waar hij een huis voor zijn familie heeft gebouwd. Ook verhuurt hij een ander stuk land waar hij nog een paar euro per maand mee verdiend.

Toen hij net uit het ziekenhuis was ontslagen werd hij gemeden en uitgemaakt voor ‘gestoorde’. Bina vertelt:

De mensen maakte me uit voor ‘gek’ of ‘gestoorde’. Gelukkig hebben ze ons in het centrum geleerd hoe we hier mee om moesten gaan en hoe we mensen er op moeten wijzen dat een geestesziekte iedereen kan overkomen. Het heeft even geduurd, maar nu reageren mensen een stuk positiever op mij en mijn ervaringen als psychisch patiënt.

Armoede levert veel stress op in Malawi, soms leidt het tot een zenuwinzinking, soms tot alcohol- of drugsmisbruik of soms tot andere psychische klachten. Mensen met een psychische aandoening worden door de HospitaalBroeders opgevangen. In klinieken worden ze verzorgd en door middel van educatie proberen we de mensen maar ook hun naasten te helpen zodat mensen met een psychische aandoening niet buitengesloten, maar juist geholpen worden.

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

Groeten uit: Malawi
20/01/2011

Dit dagboek van onze medewerkster Suzan is te lezen op de website van IS online. Suzan heeft tijdens haar reis naar Malawi een dagboek bijgehouden. In Malawi bezocht ze de projecten van de HospitaalBroeders

Wie: Suzan van Otterdijk (27)
Woont in: Amsterdam
Is: medewerkster communicatie en fondsenwerving bij de HospitaalBroeders
Waar: Mzuzu, Malawi
Wat: Samen met mijn baas ben ik onze projecten in Mzuzu, Malawi gaan bezoeken. We hebben heel veel verschillende projecten, van een voedselprogramma, tot een straatkinderenproject tot een huizenproject voor mensen met een geestesziekte of verstandelijke handicap. Het was voor mij de eerste keer dat ik de projecten waarvoor ik mij inzet in Nederland ook werkelijk heb gezien (en überhaupt de eerste keer in Afrika!). Door het praten met de mensen, de medewerkers en de broeders heb ik een goed beeld gekregen van ons werk daar, wat mijn communicatiefunctie natuurlijk een stuk leuker en makkelijker maakt!

Maandag: Eerste indrukken

Landschap Malawi

Landschap Malawi.

Na een erg lange reis van 24 uur zijn we in Mzuzu, Malawi. Ik ben in Afrika! Stiekem verwacht ik steeds een groepje giraffen of een leeuw aan te treffen. De plaatjes die ik in mijn hoofd heb van Afrika worden werkelijkheid: vrouwen roerend in potten voor hun hut, kindjes zonder kleding, vrouwen met grote teilen water op hun hoofd en hier en daar een groepje mensen rondom een waterpomp. Het is goed te zien dat de mensen weinig hebben, laat staan stromend water of elektriciteit. Wat me opvalt, is dat je bijna geen oude mensen ziet. De levensverwachting is dan ook maar 42 jaar.

Dinsdag: Psycholoog nodig!
Vandaag is de officiële opening van het nieuwe Mental Health College, een opleidingscentrum voor psychologen en psychiaters. Die zijn er bijna niet omdat het wordt gezien als een luxe. Dit terwijl het leven van mensen met een psychische ziekte keihard is; ze staan volledig buiten het maatschappelijke leven. De traditionele zang- en dansgroep (van het straatkinderenproject) zorgt voor een gezellig sfeertje. Ze zingen luidkeels, stampen met hun voeten en rinkelen de belletjes aan hun enkels. Breed grijzend hitsen ze elkaar en het publiek op om nog harder te dansen en klappen.

Een van de oude huizen

Een van de oude huizen.

Woensdag: Trots
Naar deze dag keek ik het meeste uit! Vandaag bezoeken we het Huizenproject voor mensen met een psychische ziekte of verstandelijke handicap. Zelf zorgen ze voor zand, hout, water, werkkrachten en dragen ze $ 180, – bij. De HospitaalBroeders zorgen voor een opzichter, cement, verf en bouwtekeningen. Het eerste huis is van Flora, een alleenstaande moeder met epilepsie (wordt als geestesziekte beschouwd in Malawi). Trots laat ze haar huis zien. Twee ruime kamers, ijzeren platen als dak, stevige muren en achter het huis een aparte keuken en opslag. Haar buurvrouw woont nog in een van de oude huizen met een lekkend dak, gaten in de muren en piepkleine ruimtes. Hier wonen hele gezinnen van 6 of 7 mensen, ongelofelijk!

Donderdag: De Elvira school
De enige opvang voor kinderen in het noorden van Malawi met een handicap is de Elvira school. Begeleid door psychologen en docenten leren de kids over hygiëne, respect, dagelijkse dingen en een beetje lezen en tellen. Een spastisch jongetje met een vieze trui komt met een klein plastiek stoeltje aanzetten voor ons om op te zitten, hartverwarmend! Thuis weten en kunnen de ouders niet voor hen zorgen en worden deze kinderen soms in de kast opgesloten omdat de ouders moeten werken. Wat een inzet van de docenten! Zoals een van hen zei: ‘You can’t get tired’. De kinderen hebben ze echt nodig.

Vrijdag: van de straat

Ex-straatkinderen op school

Ex-straatkinderen op school.

Op vrijdag bezoeken we het Umoza straatkinderen programma. De kids worden van straat gehaald, opgevangen, naar school gestuurd en herenigd met de ouders (die vaak nog leven maar geen geld hebben om voor hun kroost te zorgen). Een speciale klas brengt de kinderen binnen een jaar op het juiste niveau zodat ze naar reguliere scholen kunnen. Samen met de leraar dreunen ze woordjes op die op het bord staan. Als ze zich een voor een moeten voorstellen kruipen een paar van verlegenheid onder de tafel. Het project gaat goed, er zijn nu geen straatkinderen in Mzuzu!

Zaterdag: Vrouwenpraat
‘s Avonds eten we bij Anthony, een van de Malawiaanse medewerkers van het centrum. Zijn vrouw heeft zich vreselijk uitgesloofd en het eten is heerlijk maar de vrouwen blijven in de keuken. Wanneer ik ze opzoek zijn ze ontzettend hartelijk en stellen me honderden vragen: Koken mannen in Nederland? Is huiselijk geweld een groot probleem? Ondanks hun goede opleiding is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen erg aanwezig. Ze luisteren gretig naar verhalen uit Nederland en mijn kijk op vrouwenrechten. Na de enorme afwas stellen ze tevreden vast dat ik zo voor een Afrikaanse door zou kunnen gaan.

Favorieten uit Malawi
Drankje: Kuche Kuche bier, drinken totdat de zon opkomt (zoals ze hier zeggen).
Hapje: Chambo, lekkere witte vis uit Lake Malawi, het beste zonder krokant laagje.
Plekje: Lake Malawi was prachtig maar ik ga toch voor Obrigado bar, leuke bar, totaal onverwacht in een stad als Mzuzu

Stuur naar een vriend Stuur naar een vriend  Printvriendelijke versie

 

« Previous PageNext Page »